Oudheidkamer
Logo oudheidkamer Hoolt'n VVV gebouw Holten
Expositie:
De huidige expositie:
"Barbier"
Openingstijden:
Geopend vanaf 1-November-2011 t/m 31- Maart-2012 Alleen op zaterdag van 13.00 uur tot 16.00 uur.

Begunstiger worden?
Wilt u graag begunstiger worden? Klik hier om aan te melden!
De vroegste geschiedenis van Holten

Het natuurlijke landschap

Het landschap van Holten is vooral gevormd tijdens de laatste twee ijstijden. In de één na laatste ijstijd schoven gletsjers vanuit het noorden over de noordelijke helft van Nederland. Daarbij werden grote hoeveelheden grond opzij gedrukt. Hierdoor ontstond ondermeer de Sallandse heuvelrug. De Holterberg is een deel daarvan. Nadat de gletsjers afsmolten, bleven aan beide zijden van de Holterberg diepe geulen achter. Water en wind zorgden ervoor dat deze laagtes later weer grotendeels opgevuld raakten, vooral met zand. Tijdens de laatste ijstijd bereikte het ijs Nederland niet, maar er heerste wel een poolklimaat. In dit onbegroeide landschap kon het zand gemakkelijk gaan stuiven. Daardoor raakten grote delen van Nederland, en ook het gebied rondom Holten, bedekt met een dikke laag zand. Bodemkundigen noemen dit ‘dekzand’. Aan de vormen in het landschap is later weinig meer veranderd. Alleen zorgden boeren er vanaf de Middeleeuwen nog voor dat hun akkergrond opgehoogd raakte met een dik pakket ‘zwarte’ grond. De oorzaak hiervan is het opbrengen van mest vermengd met plaggen die op de heide werden gestoken (plaggenbemesting)

De eerste bewoners

Voor zover we weten waren er circa 15.000 jaar geleden voor het eerst mensen op het grondgebied van Holten. Werktuigen uit deze tijd zijn gevonden bij het Twenhaarsveld. De mensen in deze tijd leefden in een landschap dat leek op de toendra’s in het noorden van Scandinavië en Siberië. Uit opgravingen op andere plaatsen weten we dat men vooral leefde van de jacht op rendieren.

Als gevolg van het stijgen van de temperatuur groeide het landschap geleidelijk dicht, eerst met naaldbos, daarna met gemengd loofbos. Uit deze periode, de Midden Steentijd (8800-4900 vóór Chr.) zijn op verschillende plaatsen resten gevonden van jachtkampjes, vooral rond het voormalige Vletgoor (Vletgaarsmaten). Hier zijn ondermeer pijlpunten van vuursteen gevonden De mensen in deze tijd leefden van de jacht, visvangst en het verzamelen van ondermeer hazelnoten. Vermoedelijk was in het Vletgoor indertijd open water aanwezig waar (water) wild op af kwam. En dus ook de jagende mens.

In de Late Steentijd, vanaf ongeveer 4000 vóór Chr., is in Oost-Nederland geleidelijk overgeschakeld op de landbouw. De oudste sporen van boeren op het Holter grondgebied zijn van ongeveer 3000 vóór Chr. Deze zijn, opnieuw, gevonden bij het Twenhaarsveld. De hier gevonden potscherven en werktuigen van vuursteen zijn van de zogeheten Trechterbekercultuur (oude schoolboekjes hebben het over de Hunnebedbouwers). Iets jonger zijn de groepjes grafheuvels op de Borkeld . Vooral op (vroeger) moerassige plaatsen in de omgeving van Holten zijn in het verleden stenen bijlen gevonden, ondermeer in het Vletgoor (‘goor’ betekent moeras), de Dijkermaten bij Dijkerhoek en langs de Schipbeek. Vermoedelijk zijn deze bijlen geofferd om natuurgoden gunstig te stemmen.

Bewoners in de latere Bronstijd (2000-800 vóór Chr.) en IJzertijd (800-12 vóór Chr.) hebben eveneens hun sporen rondom Holten achter gelaten, vooral aan de oostzijde van de bebouwde kom, achter de plaats waar het kasteel ‘de Waerdenborg’ heeft gestaan. Bij de reconstructie van de kruising Rijssenseweg-Markelose weg zijn enkele afvalkuilen uit deze perioden gevonden. Deze wijzen erop dat hier boerderijen hebben gestaan.

Sporen van bewoning uit de Romeinse tijd (12 vóór Chr. – 450 na Chr.) zijn ca. 20 jaar geleden ontdekt aan het beukenlaantje, dicht bij het NS-station van Holten. Ook hier zijn vondsten gedaan die wijzen op de aanwezigheid van boerderijen. Mogelijk bevinden zich op deze plaats de resten van een relatief grote nederzetting. Op korte afstand, aan de zuidzijde van de spoorlijn zijn bij woningbouw aanwijzingen gevonden voor een woonplaats uit de Vroege Middeleeuwen (7e-9e eeuw).

Het ontstaan van Holten als dorp

Dat er al heel lang mensen op het grondgebied van Holten wonen, betekent niet dat het dorp Holten zo oud is. Prehistorische woonplaatsen werden namelijk van tijd tot tijd verplaatst, ondermeer omdat de grond die men beakkerde uitgeput raakte. Het is niet bekend op welk moment men zich definitief vestigde op de plaats die nu Holten heet. En dus ook niet hoe oud het dorp Holten is. Er zijn wel een paar aanwijzingen. Zoals we hierboven hebben gezien, lijkt de bewoning al in de Romeinse tijd en vooral in de Vroege Middeleeuwen zich dicht bij de oude dorpskern hebben bevonden. Bovendien weten we dat aan de Reilinksweg (ter plaatse van het politiebureau) in de 11e -12e eeuw gewoond is. Als we dan ook nog kijken naar de resultaten van archeologische opgravingen in andere oude dorpen in de buurt (Markelo, Bathmen), dan is het waarschijnlijk dat Holten vanaf de 9e eeuw een vaste woonplaats werd. Maar toen was het nog geen dorp, hoogstens een groepje verspreid gelegen boerderijen. Een echt dorp werd Holten vermoedelijk pas in de 14e eeuw.

Germanen in Holten?

De mensen die in de Romeinse tijd aan de zuidkant van de Holter enk woonden, hadden ongetwijfeld een naam. Als we de schoolboekjes mogen geloven waren het Germanen, maar het is zeer de vraag of ze daar zelf ook zo over dachten. Het is best mogelijk dat de naam ‘Germaan’ door de Romeinen is bedacht als gemeenschappelijk aanduiding voor alle ‘wilden’ ten noorden en westen van de grens van het Romeinse rijk. Later in de Romeinse tijd duiken de namen ‘Franken’ en ‘Salii’ op. Vermoed wordt dat een groep met de naam Salii (Saliërs) deel uitmaakt van de Franken en dat het huidige Salland hun thuisbasis was. De laatste jaren hebben archeologen bij Colmschate en Heeten resten van nederzettingen onderzocht waar deze lieden gewoond kunnen hebben. Zowel in Colmschate als Heeten moeten grote boerderijen hebben gestaan die nauwelijks verschilden van de ’ouderwetse’ boerderijen die sommige van onze grootouders nog kenden. Mogelijk waren deze ‘Salische Franken’ ook de bewoners van de nederzetting bij het beukenlaantje. Bekend is dat in de vierde eeuw een groep Salische Franken zich, na een tussenstop in de Betuwe, heeft gevestigd in het huidige Frankrijk. Sallanders waren in feite de stichters van Frankrijk en daar kunnen best Holtenaren bij gezeten hebben…

Waarom Holten Holten heet

Er bestaan allerlei gedachten over de betekenis van de plaatsnaam ‘Holten’ Er is ondermeer gedacht dat deze naam te maken zou hebben met een laagte (‘holte’) in de Sallandse heuvelrug. Tegenwoordig wordt aangenomen dat de naam Holten in verband staat met het woord ‘holt’. Holt is een oud woord voor bos: relatief dicht, hoog opgaand bos (Een ander type bos werd ‘loo’ genoemd. Dit was bos met veel open plekken waar men vee liet weiden (Espelo, Markelo, Loo-Bathmen). Het achtervoegsel –en achter het woord holt betekent zoiets als ‘de (woon)plaats bij’. Holten betekent dus: plek/woonplaats bij het bos. De naam Holten is erg oud, en is mogelijk al in de Vroege Middeleeuwen of nog eerder ontstaan.

Waar heeft het bos gelegen waarnaar de nederzetting Holten is genoemd? Als we de betekenis en ouderdom van de naam Holten verbinden met de plek waar het dorp is ontstaan, dat is de kans groot dat het bos aan de westzijde van de tegenwoordige Holterenk heeft gelegen. Ook de namen van twee wegen hebben hier misschien iets mee te maken: Steenroddeweg en Eeckholtweg. Eekholt betekent eikenbos en het element ‘rodde’ (rode, rooien) zou op een ontginning van bos kunnen wijzen. Het Holter holt kan een restant zijn geweest van het oerwoud dat in de prehistorie vrijwel heel Nederland bedekte.

Het ontstaan van de marke Holten

De prehistorische ‘Holtenaren’ hadden dus geen vaste woonplaatsen. Dat betekent echter niet dat iedereen overal kon doen en laten wat hij wilde. Vermoedelijk waren er wel degelijk gebieden waarop groepen mensen aanspraak maakten en waar anderen zich niet zomaar mochten vestigen of vee laten grazen. Dergelijke aanspraken op grond, bos etc. lagen niet schriftelijk vast, maar werden mondeling overgeleverd. Het opwerpen van grafheuvels (zoals die op de Borkeld) had waarschijnlijk als bijbedoeling te laten zien dat mensen er recht op hadden in de omgeving daarvan te wonen, namelijk omdat hun voorouders er begraven waren. Zo lang ergens weinig mensen woonden waren de grenzen tussen de gebieden van verschillende groepen ongetwijfeld vaag. Dat veranderde toen de bevolking in de Middeleeuwen sterk toenam. Vanaf de Late Middeleeuwen kennen we vele rechtzaken die te maken hebben met conflicten over grenzen. Uit deze tijd dateren ook de oudste markeboeken, en die laten zien dat de rechten en plichten van de bewoners van het platteland steeds meer schriftelijk vastgelegd werden. Marken, en dus ook de marke Holten zijn waarschijnlijk pas vanaf de 12e-13e ontstaan. Maar ze gaan zonder twijfel terug op veel oudere en minder ’formele’ manieren om de aanspraken van mensen op grond en natuurlijke rijkdommen vorm te geven.